Schilderen
in staal
Mythe als beeldtaal
De schilderijen, tekeningen, beelden en installaties van Irčne Prinsen weer-
spiegelen klassieke en Christelijke mythen. Er wordt een wereld opgeroepen
die niet bevolkt wordt door gewone mensen maar door (half)goden, centauren,
nimfen, satyrs, engelen, natuurgeesten en andere buitengewone
 |
 |
gestalten. Dit mythologisch universum
maakt het ons mogelijk afstand te nemen van onze dagelijkse wereld
met zijn vaste gewoonten en vanzelfsprekende patronen van denken in
de onafgebroken ruis van de media. Droombeelden brengen betovering
en voeren ons daarin voorbij de beperkingen van voorgegeven en voorgeschreven
modieuze cliché's van de eigen tijd en de beperkte visie van
het verstand. |
In deze wezensdimensie van de schepping, op het kruispunt van de dimensie
van het bovenpersoonlijke (Geest) en de dimensie van oerkracht en onpersoonlijke
drift (Archetype), ervaren wij onze positie als medium creationis.
| In dit krachtenspel is tekenen voor Prinsen zoekend
volgen van de lijn om het zijn en de dingen invoelend/denkend af te
tasten. Op zoek naar zin en betekenis ontstaan complexe installaties
met epische strekking zoals onder andere "Apocalypse", "Fabulae"en
"Basiliek voor een Schilder". De tekeningen ontwikkelen zich hierin
tot vrijstaande vormen waarin licht en schaduw vrij spel hebben om
vervolgens verstoppertje te spelen met de massieve |
 |
 |
| vaste vormen van dik staal, die door de
techniek van het snijbranden er zo licht en luchtig uitzien als dichtwerk
in eierschaal. |
Doordat het daglicht afhankelijk van het moment op de dag, de aan of
afwezigheid van zon en wolken, seizoensinvloeden en dergelijke, voortdurend
in beweging is, ontstaat in het werk een bewegelijke dynamiek van tijdelijke
en vaste vormen. Afhankelijk van de bewegingen van het licht spelen schaduwen
hun vluchtige spel en worden contouren aangezet dan wel afgezwakt. Door
deze wisselende werking van het licht krijgen vormen een variabele toegevoegde
waarde. Steeds weer andere aspecten worden op deze manier meer benadrukt
dan wel geïllumineerd. Schaduwen spelen hun geheimzinnige zwarte
Piet: "hier ben ik plotseling en daar opeens weer niet". Zo zwelt timbre,
volume en dieptewerking aan of neemt af. In de apotheose van in verschillende
richtingen vallend licht worden vormen als schaduw in verschillende richtingen
geworpen.
Een visueel schouwspel naar analogie van de natuur en dus complex en bewegelijk.
Het openwerken van het staal creëert een interactie van lijnen en
vlakken vergelijkbaar met wat er in een schilderij gebeurt. Prinsen's
methode is daarom wel omschreven als "Schilderen in staal" . Waarbij dan
wel een stap verder wordt gezet ten opzichte van het schilderen met verf
in het platte vlak. Immers, daar blijft de lichtwerking een kundig opgewekte
illusie. In de ruimtelijke tekeningen van Prinsen daarentegen wordt daadwerkelijk
een licht- en schaduwspel opgevoerd. Licht niet alleen als tastbare realiteit
maar ook als regisseur van de tijd die in de ruimte vormen, hun contouren
en hun schaduwen snijdt.
|
|
|